Schaduwkanten

Waarom jezelf vergelijken met anderen soms juist goed is

“Het klinkt misschien gek,” zei Elsa, “maar ik was juist blij toen ik mezelf weer met anderen begon te vergelijken. Daarvoor voelde het alsof ik helemaal los was geraakt van mensen. Alsof ik ergens buiten de wereld stond. Ik had geen jaloezie, geen sociale angst, geen gevoel dat ik tekortkwam, maar ook geen echte verbinding. Toen ik weer kon denken: hé, wat diegene doet, dat wil ik eigenlijk ook, voelde dat niet alleen pijnlijk. Het voelde alsof ik weer tot leven kwam.”

Vergelijken heeft een slechte naam

Jezelf vergelijken met anderen wordt meestal gezien als iets negatiefs. Iets wat je beter kunt voorkomen, omdat het kan leiden tot frustratie, jaloezie of een negatief zelfbeeld. Dat begrijp ik heel goed. Als je jezelf voortdurend vergelijkt met anderen en steeds het gevoel hebt dat jij tekortschiet, dan kan dat pijnlijk, vermoeiend en ondermijnend worden.

Toch is dit volgens mij maar één kant van het verhaal. In gesprekken met mensen die lange tijd geïsoleerd zijn geweest, hoor ik soms juist iets anders. Voor hen is vergelijken niet altijd het probleem. Soms is het juist een teken dat er weer iets begint te bewegen. Dat iemand zich weer tot anderen begint te verhouden.

Losgeraakt van anderen

Elsa beschreef het alsof ze heel lang niet meer op dezelfde kaart stond als andere mensen. Ze wist natuurlijk wel dat zij een mens was en anderen ook, maar gevoelsmatig was die gedeelde menselijkheid ver weg. Andere mensen maakten weinig indruk. Ze voelde zich niet jaloers, niet geïntimideerd, niet onzeker over wat anderen van haar vonden. Ze had ook niet echt de behoefte om contact te zoeken. Dat gaf rust, maar het had ook iets afstandelijks. Alsof ze op haar eigen eiland zat.

Dat is iets anders dan sociale angst. Bij sociale angst wil iemand vaak wel contact, maar wordt dat contact spannend. Dan kunnen er gedachten spelen als: vinden ze mij wel leuk, ben ik goed genoeg, doe ik het wel goed? Bij de staat die Elsa beschreef, was het anders. Daar was de behoefte aan contact zelf ver weggeraakt. Niet omdat anderen gevaarlijk voelden, maar omdat ze er bijna niet meer toe deden.

Weer tussen de mensen staan

Op een gegeven moment sloeg dat om. Ineens voelde Elsa zich weer meer tussen de mensen staan. Andere mensen kwamen dichterbij, niet letterlijk, maar gevoelsmatig. En daarmee kwamen ook verlangen, kwetsbaarheid en motivatie terug.

Toen iemand vertelde over iets wat diegene had bereikt, voelde Elsa ineens een steek in haar borst. “Dat wil ik ook,” dacht ze. Eerst schrok ze daarvan. Was dit jaloezie? Was dit slecht? Maar tegelijk voelde het levend. Alsof ze weer betrokken raakte bij de wereld. Alsof andere mensen weer betekenis kregen.

Vergelijken als richting

Dat vind ik een belangrijk onderscheid. Vergelijken kan je kleiner maken, vooral als je jezelf steeds langs een meetlat legt en telkens concludeert dat jij minder bent. Maar vergelijken kan ook betekenen dat je weer merkt waar je naar verlangt. Dat je weer ziet: daar gebeurt iets wat mij raakt. Die ander staat ergens waar ik misschien ook naartoe wil.

Er zit volgens mij een balans in. Eigenheid is belangrijk. Je hoeft niet te worden zoals anderen en je hoeft niet voortdurend te meten waar je staat. Maar verbinding is ook belangrijk. En bij verbinding hoort soms dat je jezelf in verhouding tot anderen voelt staan.

Misschien is vergelijken dus niet altijd iets wat je moet afleren. Soms is het iets wat je moet leren verdragen. Vooral wanneer het niet alleen gaat over tekortschieten, maar ook over verlangen, richting en opnieuw contact maken met de wereld.

Zoals Elsa het zei: “Ik dacht eerst dat jaloezie betekende dat ik achterliep. Maar misschien betekende het vooral dat ik weer ergens naartoe wilde.”

Hi, I’m Nicole

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *